Versterk de interactie met je kind

De eenvoudige gebaren maak je terwijl je spreekt tegen je (jonge) baby. Je gaat niet een hele zin gebaren (dan heb je het nóg drukker...), maar de belangrijkste woorden ondersteun je met een gebaar.  

Een voorbeeld: 

Je leest een boek voor over boerderijdieren. “Kijk, daar is de kip (en je gebaart ‘kip’). De ‘kip’ (met gebaar) kakelt: toktoktok. De kip (met gebaar) is de mama van het kuiken (gebaar kuiken). En daar is de haan (gebaar ‘haan’). De haan (met gebaar) is de papa van het kuiken (gebaar).   

 

En dan... gebeurt er iets... je baby gaat gebaren nog vóór het in staat is om te leren praten.  

Aansluitend op het voorbeeld: 

 

De kippen en hanen scharrelen rond op de kinderboerderij. Je vraagt aan je baby welk dier daar loopt. Je baby ziet de kip, wijst én gebaart ‘kip’! Daar kun jij weer bevestigend op reageren. Je kunt hetzelfde doen bij de haan en het kuiken. Er komt een gesprekje op gang, terwijl je kind nog niet kan spreken! 

In het bovenstaande voorbeeld neem jij als ouder het initiatief. Je leert spelenderwijs de gebaren aan. Ook het kind kan initiatief nemen om te gebaren. Je hoeft niet meer te gissen of zelfs radeloos te worden wat jouw kind bedoelt.  

Je kind is jengelig. Dan gebaart het kind ‘eten’. Jij reageert en zegt “Je maakt het gebaar “eten”. Moest je huilen omdat je honger hebt?" Je kind knikt bevestigend en gebaart wederom 'eten'. "Ik ga een boterham voor je maken. Lust je dat?” Je kind kijkt blij en doordat het kind ook ‘boterham’ kan gebaren, weet jij dat dit werd bedoeld. 

IMG_6595.PNG

Op zoek naar een puzzelstuk, terwijl je het gebaar 'waar' maakt. 

Wanneer starten?
Fasen
Communicatiemiddel

Ieder kind zal zich op eigen wijze en in eigen tempo ontwikkelen, zo ook als het gaat om gebaren.

Vanaf 4/ 6 maanden zijn kinderen in principe in staat om motorisch de eerste gebaren te maken. Je kunt natuurlijk zelf al eerder gaan gebaren naar je kind (net zoals je ook praat tegen je kind, voordat het zelf woordjes zegt). 

Maar later kun je ook (starten met) gebaren, want in iedere fase van de taalontwikkeling voegen gebaren iets toe en zijn ze waardevol.

Een baby van enkele maanden oud, zal wanneer je praat met ondersteunende gebaren, eerder begrijpen wat je bedoelt. Je trekt aandacht doordat je iets doet en niet alleen maar zegt.

Wanneer een baby gaat brabbelen (en dus oefent met praten), zijn gebaren helpend bij het hele taalproces. Terwijl de baby brabbelt en je nog maar weinig hieruit kan afleiden, weet je wél wat de gebaren betekenen (en kun je een deel van het gebrabbel beter begrijpen).

Dit brabbelen gaat over in duidelijker en meer verstaanbaar spreken. De woordenschat blijft zich maar uitbreiden en bij het aanleren van nieuwe woorden, werken gebaren wederom ondersteunend. Wanneer het kind in de peuterleeftijd is beland, komen er steeds meer abstracte woorden bij. Een gebaar voor bijvoorbeeld een emotie als “boos”, of de dagen van de week geven meer betekenis en duidelijkheid aan deze abstracte begrippen. 

Baby- en kindgebaren zijn geen doel op zich en zal altijd mét gesproken taal worden aangeboden door de opvoeder. Het doel is de gesproken taal- en denkontwikkeling te ondersteunen en te stimuleren. 

Het versterkt de interactie tussen opvoeder en kind en legt een stevige basis voor de taalontwikkeling. En dat heeft weer een positieve uitwerking op de band en de algehele ontwikkeling van het kind.

Ook binnen het gezin kunnen gebaren de interactie en band versterken tussen broertjes en zusjes!